Wat is de leeftijd van de patiënt?
Wat is het geslacht van de patiënt?
Welke huidskleur heeft de patiënt?
Ziet de patiënt er jonger dan, even oud als, of ouder dan de kalenderleeftijd uit?
Hoe zou u de zelfzorg omschrijven?
Hoe zou u het gewicht omschrijven?
Hoe zou u de gelaatsuitdrukking omschrijven?
Als een: ontspannen, vriendelijke, belangstellende, tevreden,
vrolijke, wantrouwende, angstige, gespannen, verbijsterde,
bedroefde, boze, agressieve, neerbuigende, en/of op zichzelf betrokken gelaatsuitdrukking.
Zijn er overige bijzonderheden in het uiterlijk?
Denk aan: een onnatuurlijke haarkleur, een overdadig kapsel, overmatig parfumgebruik,
een onaangename lichaamsgeur, tatoeages, prikgaatjes passend bij intraveneus drugsgebruik en/of littekens ten gevolge van automutilatie.
Hoe zou u het oogcontact omschrijven?
Denk aan: sociaal adequaat, vermijdend, overmatig, wegkijkend,
geheel ontbrekend en/of visuele hallucinaties suggererend.
Hoe zou u de houding omschrijven?
Denk aan: natuurlijk, vriendelijk, luisterend, coöperatief, respectvol,
afwachtend, gereserveerd, onderdanig, dociel, argwanend, angstig, schuchter,
joviaal, familiair, charmerend, erotiserend, kinderlijk,
arrogant, sarcastisch, hautain, gretig, triomfantelijk, geamuseerd,
afwijzend, beschuldigend, controlerend, dreigend, ongeduldig, en/of vijandig,
Is er wederkerigheid in het contact?
Is er sprake van contactgroei?
Hoe zou u de lijdensdruk omschrijven?
Bestaat er een consistentie tussen 'wat' de patiënt zegt en 'hoe' dit verteld wordt?
Hoe zou u de klachtenpresentatie verder omschrijven?
Denk aan: invoelbaar, zakelijk, onverschillig, afstandelijk, met 'belle indifférance',
alsof het een ander betreft, klagend, appellerend, aanklampend, verwijtend, aanklagend,
dissimulerend, overdreven, aggraverend, en/of breedsprakig.
Welke gevoelens en/of reacties wekt de patiënt bij u op?
Denk aan: onverschilligheid, irritatie, verveling, ongeduld, somberheid,
angst, machteloosheid, aanstekelijkheid, verlies van overwicht, geamuseerdheid, sympathie, en/of
medeleven.
Is er een stoornis in het bewustzijn?
Denk aan: somnolent/soporeus/subcomateus, of
licht gedaald/omneveld/vernauwd/verruimd, of
met slaapaanvallen/met slaapwandelen, of
met absences/met syncopes, of
met wisselingen van het bewustzijn.
Is er een stoornis in de aandacht/concentratie?
Denk aan: hypovigilant, onoplettend, teruggetrokken in zichzelf,
volhardend (met hypertenaciteit), hypervigilant, verhoogd afleidbaar, weinig volhardend (met hypotenaciteit),
gepreoccupeerd, selectief, en/of in concentratie gestoord.
Is de oriëntatie in tijd, plaats of persoon gestoord?
Is de oriëntatie in tijd gestoord?
Is de oriëntatie in plaats gestoord?
Is de oriëntatie in persoon gestoord?
Is er een stoornis in het kortetermijngeheugen?
Denk aan: stoornissen in het kortetermijngeheugen, stoornissen in het ruimtelijk kortetermijngeheugen, anterograde amnesie,
posttraumatische amnesie, en/of confabulaties.
Is er een stoornis in het langetermijngeheugen?
Denk aan: stoornis in het episodische langetermijngeheugen, stoornis in het semantische langetermijngeheugen, stoornis in het procedurele langetermijngeheugen,
retrograde amnesie, hyperamnesie, dissociatieve amnesie, waanherinnering, valse herkenning, déjà-vu,
déjà-entendu, déjà-pense, déjà-vécu, en/of jamais-vu.
Is er sprake van ziektebesef?
Is er sprake van ziekte-inzicht?
Welke verklaring geeft de patiënt voor de ziekte?
Welke ziektegedrag vertoont de patiënt?
Denk aan: zoekt behandeling, is ambivalent ten aanzien van behandeling, wijst behandeling af,
was behandeltrouw in verleden, was niet behandeltrouw in verleden, was twijfelachtig behandeltrouw in verleden,
is momenteel behandeltrouw, is momenteel niet behandeltrouw, en/of is momenteel twijfelachtig behandeltrouw.
Hoe schat u de intelligentie in?
Waarop baseert u de zojuist gegeven schatting van de intelligentie?
Is het oordeelsvermogen intact?
Is het realiteitsbesef intact?
Is het zelfinschatting normaal?
Is het normbesef intact?
Is het decorumbesef intact?
Hoe schat u het abstractievermogen in?
Is er een stoornis in de executieve functies?
Denk aan: motorisch inertie, motorisch perseveratie, motorische impersistentie, motorische-sequentiestoornis, en/of
stoornis in de schakelvaardigheid.
Is er een stoornis in de taalfunctie?
Denk aan: niet-vloeiende spraak, aprosodie, woordvindstoornissen, circumlocutie,
parafasieën, betekenisloze neologismen, dysfasie, afasie,
dysgrafie, agrafie, dysnomie, anomie,
begripsstoornissen, herhalinsstoornissen, dyslexie, en/of alexie.
Is er een stoornis in de rekenfunctie?
Denk aan: dyscalculie, acalculie, dysaritmie, en/of anaritmie.
Is er een stoornis in de voorstelling/verbeelding?
Denk aan: dwangvoorstellingen, herbelevingen van een psychotraumatische ervaring, en/of levendige en onwillekeurige voorstellingen.
Is er een sprake van agnosie?
Definitie: Agnosie is het verlies van het vermogen om personen, voorwerpen, geluiden, geur et cetera te herkennen, terwijl de zintuiglijke waarneming grotendeels wel intact is en er geen sprake is van significant geheugenverlies over de betreffende waarneming.
Denk aan: anosognosie, visuele agnosie, prosopagnosie, kleuragnosie, geografische agnosie,
agrafognosie, tactiele astereognosie, atopognosie, visuele inattentie, auditieve inattentie,
tactiele inattentie, negatieve hallucinatie.
Is er een sprake van dysperceptie?
Definitie: afwijking van de normale perceptie van een werkelijk object.
Denk aan: hyperesthesie, dysesthesie, anesthesie, synesthesie, macropsie,
teleopsie, pelopsie, metamorfopsie, kakopsie, kalopsie, achromatopsie,
dyschromatopsie, palinopsie, hyperacusis, palinacusis, versnelde tijdsbeleving, vertraagde tijdsbeleving.
Is er een sprake van hallucinaties?
Definitie: een waarneming waarbij de zintuiglijke prikkel uit de buitenwereld ontbreekt.
Denk aan: akoestische hallucinaties, visuele hallucinaties, olfactorische hallucinaties,
gustatoire hallucinaties, haptische hallucinaties.
Kunt u de de hallucinaties verder beschrijven?
Denk aan: het realiteitsbesef is gestoord, het realiteitsbesef is ongestoord, het betreft partiële hallucinaties,
de hallucinaties zijn stemmingscongruent, de hallucinaties zijn niet stemmingscongruent, de hallucinaties zijn gesystematiseerd,
de hallucinaties zijn niet gesystematiseerd, de hallucinaties worden ontkend, de hallucinaties worden verborgen,
patiënt heeft een preoccupatie met de hallucinaties, de hallucinaties hebben een imperatief karakter, de hallucinaties leiden tot handelingen,
de hallucinaties leiden niet tot handelingen, het betreft hypnagoge hallucinaties, en/of het betreft hypnopompe hallucinatie.
Is er een sprake van illusoire vervalsingen?
Definitie: verkeerde interpretaties van zintuiglijke waarnemingen, mede veroorzaakt door verwachtingen, angsten en wensen.
Denk aan: persoonsmisherkenning/misidentificatie.
Is er een sprake van depersonalisatie?
Denk aan: autopsychische depersonalisatie, allopsychische depersonalisatie/derealisatie, somatopsychische depersonalisatie,
desomatisatie.
Is er een sprake van een identiteitsstoornis?
Denk aan: twijfel aan over verandering in de eigen identiteit, multipele identiteit,
identificatie met de andere gender, (he)autoscopie, en/of dubbelgangerfenomeen.
Is er sprake van een stoornis in de zelfafgrenzing?
Denk aan: verlies van de eigen autonomie, verlies van de eenheid van de eigen persoon,
verlies van afgrenzing tussen de eigen persoon en anderen, en/of overmatig sterke afgrenzing tussen de eigen persoon en anderen.
Is er sprake van een stoornis in de lichaamsbeleving?
Denk aan: hemiasomatognosie, recht-links-agnosie, vinger-agnosie,
amplificatie van somatosensorische sensaties, morfodysforie, gevoel te sterven, en/of ervaring van afstervende lichaamsdelen.
Hoe schat u het tempo van het denken in?
Is er een stoornis in de samenhang van het denken?
Denk aan: stoornissen in de taalvorming, stoornissen in de samenhang van het denken c.q. de gesproken taal, subjectief ervaren stoornissen in de autonomie van het denken, en/of dyslogieën.
Is er sprake van een stoornis in de taalvorming?
Denk aan: paralogismen, betekenisvolle neologismen, idiosyncratisch taalgebruik,
stereotiep taalgebruik, cryptolalie, cryptografie, en/of glossolalie.
Is er sprake van een stoornis in de samenhang van het denken cq de gesproken taal?
Denk aan: wijdlopigheid, overgedetailleerdheid, alogie, inhoudelijk arme taal,
tangentialiteit (paralogie), ontsporing, verzanden, incoherentie, 'Wortelsalat',
gedachtevlucht, verhoogd associatief, en/of klankassociatief.
Is er sprake van een stoornis in de subjectief ervaren autonomie van het denken?
Denk aan: gedachtestops, gedachtebelemmering, gedachte-inbrenging, gedachtelezing,
gedachteluidworden, gedachteonttrekking, en/of gedachteuitzending.
Is er sprake van een dyslogie?
Denk aan: contaminatie, condensatie, concretismen, overinclusief denken,
overgeneraliserend denken, magisch denken, metaforisch denken, en/of autistisch denken.
Is er sprake van een randpsychotische symptomen?
Denk aan: waanstemming, overmatig betekenisbewustzijn, waanachtige denkbeelden, betrekkingsideeën,
waaninvallen, waanwaarnemingen, en/of waaninterpretaties.
Is er sprake van een wanen?
Denk aan: paranoïde wanen (benadelingswanen, vergiftigingswanen,
achtervolgingswanen, querulantenwanen, onttrouwwanen),
grootheidswanen (erotomane wanen, almachtswanen,
uitverkorenheidswanen, afstammingswanen, onsterfelijkheidswanen, godsdienstwanen, paranormale wanen),
depressieve wanen (schuldwanen, zondewanen,
armoedewanen, wereldondergangswanen, nihilistische wanen),
somatische wanen (dysmorfe wanen, hypochondrische wanen,
zwangerschapswanen, seksuele wanen),
misidentificatiewanen (dubbelgangerswanen), betrekkingswanen, en/of beïnvloedingswanen.
Hoe zou u de wanen verder omschrijven?
Denk aan: het betreft een primaire waan, het betreft een secundaire waan, de wanen zijn bizar, de wanen zijn stemmingscongruent,
de wanen zijn niet stemmingscongruent, de waan wordt ontkend, de waan wordt verborgen, de waan leidt tot handelingen,
het beperkt zich tot waangedachten, en/of de wanen zijn uitgebreid tot een waansysteem.
Is er sprake van een overwaardige denkbeelden?
Denk aan: eigenaardige overtuigingen, magische denkbeelden, paranoïde gedachten, overmatig gevoel van eigenwaarde,
overwaardig zelfbeeld, ernstig tekort aan zelfvertrouwen, gevoelens van waardeloosheid, overmatig schuldgevoel,
taedium vitae, overmatige zorgelijkheid, pessimisme, tobben over het verleden,
angstig voorgevoel, ongegronde ongerustheid over eigen gezondheid, het idee tot de andere gender te behoren.
Is er sprake van een preoccupaties?
Denk aan: preoccupaties met psychoactief middel, suïcidale gedachten, homicidale gedachten, ernstige ziekte,
uiterlijk, seksuele behoeften of fantasieën, aversie voor seksuele handelingen, eten, voedsel,
gewicht, gokken, religie, fantasie, eigen rechten,
grootheidsgedachten, angst voor kritiek, details, ordening, delen van voorwerpen, en/of
mechanieken.
Is er sprake van een dwangmatig denken?
Denk aan: dwanggedachten, rumineren, dwangmatig piekeren, twijfelzucht,
besluiteloosheid, en/of zich opdringende gedachten aan een psychotraumatische ervaring.
Hoe zou u de stemming beschrijven?
Denk aan: neutraal, opgewekt,
eufoor: overdreven opgewekt, uitgelaten, extatisch,
depressief: mat, gedrukt, verdrietig, neerslachtig,
huilerig, somber, moedeloos, wanhopig, radeloos,
met anesthesie van het gevoelsleven, met gevoelsarmoede, met anhedonie, met interesseverlies, met hopeloosheid,
met suïcidaliteit, met onthechting,
dysfoor: ontstemd, wantrouwig, prikkelbaar, boos,
kwaad, agressief,
angstig: ongerust, bezorgd, gejaagd, innerlijk gespannen,
schrikachtig, vertwijfeld, verbijsterd.
Is er sprake van een vrees voor specifieke situaties of voorwerpen?
Denk aan: menigten, openbare ruimtes, alleen reizen, autorijden,
van huis weggaan, open ruimtes, tunnels, bruggen, kleine groepen,
spreken in het openbaar, bepaalde dieren, natuurkrachten, onweer, duisternis,
hoogten, vliegen, liften, afgesloten ruimten, urineren of defeceren in openbare toiletten,
tandarts, injecties, zien van bloed of wonden, en/of blootstelling aan besmettelijke ziekten.
Hoe zou u de expressie beschrijven?
Als een: normaal modulerende, sterk modulerende,
labiele, ingeperkte, vlakke,
reactieve, onbeweeglijke,
indifferente, theatrale,
adequate, inadequate expressie.
Zijn er somatische symptomen van stemmingsstoornissen
Denk aan: gewichtsverlies door anorexie, gewichtstoename door hyperorexie, obstipatie, doorslaapstoornissen,
slaperigheid, hypersomnia, dagschommelingen, lusteloosheid, moeiheid,
energieverlies, verminderd seksueel verlangen, verminderde slaapbehoefte, toegenomen energie,
toegenomen seksueel verlangen.
Zijn er angstequivalenten
Denk aan: inslaapstoornissen, onprettige dromen, angstdromen, bizarre dromen, nachtmerries,
spierspanning, blozen, hartkloppingen, tachycardie,
angineuze pijn, kortademigheid, ademnood, gevoel van verstikking, globusgevoel,
duizeligheid, onvastheid, licht in het hoofd, collaberen, transpireren,
tremor, koude handen of voeten, droge mond, paresthesieën, opvliegers,
koude rillingen, gewichtsverlies, misselijkheid, braken, maagklachten,
buikklachten, diarree, en/of frequente mictie.
Zijn er pseudoneurologische symptomen
Denk aan: blindheid, dubbelzien, kokerzien, wazig zien,
doofheid, afonie, slikklachten, evenwichtsstoornissen, epileptiforme insulten,
coördinatiestoornissen, astasie, abasie, spierzwakte, contracties,
verlammingsverschijnselen, anesthesie, en/of urineretentie.
Zijn er overige somatisch niet (geheel) verklaarbare klachten?
Denk aan: pijnklachten, asthenie, hartklachten, respiratoire klachten,
gastro-intestinale klachten, urologische klachten, gynaecologische klachten, seksuele klachten of dysfunctie,
en/of huidklachten.
Zijn er stoornissen in de mate en het tempo van de psychomotorische activiteit?
Denk aan: vertraging, hypoactiviteit, bewegingsarmoede, inactiviteit,
stupor, remming,
versnelling, hyperactiviteit, agitatie, rusteloosheid, en/of bewegingsdrang.
Zijn er aanwijzingen voor katatonie?
Denk aan: katalepsie, opisthotonus, flexibilitas cerea, rigiditeit, motorische maniërisme,
motorische stereotypie, motorisch automatisme, bevelsautomatisme, echopraxie, motorisch negativisme,
motorische oppositie, motorische coöperatie, ambitendentie, chaotisch gedrag, en/of gratieverlies.
Zijn er aanwijzingen voor een bewegingsstoornis?
Denk aan: kataplexie, enkelvoudige motorische tics, complexe motorische tics, copropraxie,
apraxie: buccofaciale apraxie, idiomotorische apraxie, ideatorische apraxie, constructieve apraxie,
kledingsapraxie.
Hoe zou u de mimiek en gestiek omschrijven?
Als een: normale, levendige, theatrale, vertraagde,
geringe, afwezige, echomimerende, paramimerende, grimasserende mimiek en gestiek.
Hoe zou u de spraak omschrijven?
Als een: normaal modulerende, levendige, overmatig modulerende, monotone,
zachte, luide, lage, hoge spraak.
Zijn er aanwijzingen voor een stoornis in de gesproken taal?
Denk aan: enkelvoudige vocale tics, complexe vocale tics, coprolalie, echolalie,
logoclonie, palilalie, verbale perseveratie, verbigeratie, verbaal maniërisme,
logopenie, spraakarmoede, mutisme, bradylalie, tachylalie,
logorroe, spreekdrang, stotteren.
Zijn er aanwijzingen voor een toename of vermindering in de motivatie?
Denk aan:
Toenames: scheldend gedrag, expansief gedrag, overmatig agressief gedrag, overmatig seksueel gedrag,
overmatig seksueel verlangen, hyperorexie,
Vermindering: lethargie, initiatiefverlies, apathie, anergie,
aboulie, afgenomen seksueel verlangen, anorexie.
Is er een stoornis in middelengebruik?
Denk aan: overmatig gebruik, tolerantie, controleverlies,
niet kunnen stoppen, en/of onthoudingsverschijnselen.
Is er een sprake van dwangmatig gedrag?
Denk aan: dwanghandelingen (dwangmatig handenwassen, dwangmatig opruimen, dwangmatig controleren,
dwangmatig in stilte bidden, swangmatig tellen, en/of dwangmatig woorden of zinnen herhalen), rituelen, en/of besluiteloos gedrag.
Is er een sprake van drangmatig gedrag?
Denk aan: rituele gedachtespelletjes, parafiele handelingen, kleren van het andere geslacht dragen, vreetbuien,
zelfopgewekt braken, zelfveroorzaakt laxeren, stelen, brandstichten, kopen,
gokken, gamen, en/of haar uittrekken.
Is er een sprake van impulsief gedrag?
Denk aan: automutilatie, suïcidepogingen, woede-uitbarstingen, agressief gedrag,
liegen, overmatig riskant gedrag, roekeloos rijden, en/of poriomanie.
Is er een sprake van sociaal dysfunctioneren?
Denk aan: overmatig sociaal actief, zelfverwaarlozing, sociale teruggetrokkenheid, vermijdingsgedrag,
significante beperking in sociaal functioneren, significante beperking in beroepsmatig functioneren, en/of significante beperking op een sociaal terrein.
Welke algemene kenmerken van de persoonlijkheid heeft u geconstateerd?
Denk aan: hoog activiteitenniveau, laag activiteitenniveau, doorzettingsvermogen, weinig doorzettingsvermogen,
zelfdiscipline, weinig zelfdiscipline, besluitvaardigheid, weinig besluitvaardigheid, goede hantering van risico's,
matige hantering van risico's, overmatige hantering van risico's, leidinggeven, weinig leidinggeven, goed leiding ontvangen,
moeizaam leiding ontvangen, verantwoordelijkheid, weinig verantwoordelijkheid, snel van vertrouwen, niet snel van vertrouwen,
betrouwbaarheid, weinig betrouwbaarheid, snel krenkbaar, moeilijk krenkbaar, extraversie, introversie,
assertiviteit, weinig assertiviteit, hoge frustratietolerantie, lage frustratietolerantie, hoge angsttolerantie,
lage angsttolerantie, goede agressieregulatie, matige agressieregulatie, adequate gewetensfunctie, beperkte gewetensfunctie,
adequate impulsregulatie, beperkte impulsregulatie, zorgzaam, weinig zorgzaam, goed zorg kunnen ontvangen,
niet goed zorg kunnen ontvangen, adequate hantering van intimiteit, beperkte hantering van intimiteit, zelfverzekerd,
en/of zelfonzeker.
Zijn er kenmerken van een psychotische persoonlijkheidsorganisatie (voorheen 'Cluster A' genoemd)?
Denk aan:
paranoïde persoonlijkheidstrekken: wantrouwend, achterdochtig, rancuneus, wrok koesterend, overgevoelig voor kritiek en tegenslagen,
gepreoccupeerd met eigen rechten, jaloers, voortdurend naar zichtzelf verwijzend,
schizoïde persoonlijkheidstrekken: emotioneel afstandelijk, kil, afgevlakt/ingeperkt,
zonder (behoefte aan) hechte of intieme relaties, sociaal en seksueel solitair, preoccupatie met fantasie of introspectie, onverschillig voor lof of kritiek,
gevoelloos, ongevoelig voor sociale normen,
schizotypische persoonlijkheidstrekken: met betrekkingsideeën, eigenaardige overtuigingen, magisch denken, met ongewone waarnemingen of illusies,
met depersonalisatie, met derealisatie, met vaag denken, met wijdlopig denken, met metaforisch denken,
met overgedetailleerd denken, met stereotiep denken, dwangmatig ruminerend,
met excentriek uiterlijk, met zonderling gedrag, en/of sociaal zeer angstig en teruggetrokken.
Zijn er kenmerken van een borderline persoonlijkheidsorganisatie (voorheen 'Cluster B' genoemd)?
Denk aan:
Antisociale persoonlijkheidstrekken: crimineel, oneerlijk, leugenachtig, impulsief,
suïcidaal, prikkelbaar, agressief, gewelddadig, met geringe frustratietolerantie,
met gebrekkige zelfbeheersing, roekeloos, onverantwoordelijk, zonder spijtgevoelens, zonder empathie/inlevingsvermogen,
zonder schuldgevoelens, externaliserend, met conflicten op werk, met conflicten rond financiën, en/of niet in staat tot langdurige relatie.
Borderline persoonlijkheidstrekken: geneigd tot intense en onstabiele relaties, krampachtig vermijdend om in de steek gelaten te worden,
emotioneel instabiel, afwisselend idealiserend en kleinerend, met onstabiel zelfbeeld,
met chronisch gevoel van leegte, en/of niet in staat woede te beheersen.
Theatrale persoonlijkheidstrekken: aandacht vragend, oppervlakkig, egocentrisch, verleidelijk, uitdagend,
met wisselende en oppervlakkige affecten, impressionistisch sprekend, zelfdramatiserend, theatraal, suggestibel, en/of
hooghartig.
Narcistische persoonlijkheidstrekken: met opgeblazen zelfgevoel, gepreoccupeerd met grootheidsfantasieën, met idee heel uniek te zijn, bewondering verlangend,
bijzondere rechten eisend, anderen exploiterend, afgunstig, arrogant, en/of hooghartig.
Zijn er kenmerken van een neurotische persoonlijkheidsorganisatie (voorheen 'Cluster C' genoemd)?
Denk aan: Ontwijkende persoonlijkheidstrekken: intermenselijke contacten vermijdend, aardig gevonden willen worden, gespannen, overgevoelig,
gepreoccupeerd met bekritiseerd of afgewezen worden, gereserveerd binnen intieme relaties, geremd in intermenselijke contacten, met laag zelfgevoel,
risico vermijdend, en/of fysieke zekerheid zoekend.
Afhankelijke persoonlijkheidstrekken: besluiteloos, beslissingen aan anderen overlatend, onzeker, afhankelijk,
non-assertief, sonder zelfvertrouwen, onderworpen, steunbehoeftig, hulpeloos,
niet alleen durven zijn, en/of bang aan zichzelf te worden overgelaten.
Obsessief-compulsieve persoonlijkheidstrekken: gepreoccupeerd met details/regels/schema's, twijfelzuchtig en voorzichtig, perfectionistisch,
nauwgezet, overmatig toegewijd, gepreoccupeerd met productiviteit, overdreven gewetensvol, scrupuleus,
moralistisch, niet in staat tot delegeren, onredelijke eisen aan derden stellend, gierig,
star, koppig, halsstarrig, rigide, en/of pedant.
Welke copingsstijl(en) hanteert de patiënt?
Denk aan: actief aanpakken, afleiding zoeken, vermijden, afwachten,
gevoelens uiten, zichzelf moed inspreken, passief reageren, en/of steun zoeken.
Is er sprake van een adaptieve (rijpe) afweer?
Denk aan: altruïsme, anticiperen, humor, suppressie, sublimeren.
Is er sprake van een neurotische afweer?
Denk aan: dissociëren, intellectualiseren, isoleren van het affect, ongedaan maken,
reactieformatie, rationaliseren, repressie, verschuiven.
Is er sprake van een primitieve (onrijpe) afweer?
Denk aan: ageren (acting-out), devalueren, externaliseren, hulpafwijzend klagen,
idealiseren, ontkennen, passieve agressie, projecteren, splitsen (van zelf- en objectbeeld).
Hoe schat u de betrouwbaarheid van het psychiatrische onderzoek?
Wat is de reden van deze onbetrouwbaarheid?
Denk aan: een stoornis in bewustzijn, een stoornis in aandacht, een intoxicatie,
een intellectuele stoornis, een geheugenstoornis, een denkstoornis, een stoornis in de affectieve functies,
een somatisch uitvalsverschijnsel, een spraakstoornis, achterdocht, leugenachtigheid, en/of een afweermechanisme.